Schorsing

Over schorsing van leerlingen staat in de ‘Wet Primair Onderwijs’ (WPO), het volgende:
Artikel 40c. Schorsing

  1. Het bevoegd gezag kan met opgave van redenen een leerling voor een periode van ten hoogste één week schorsen.
  2. De beslissing tot schorsing wordt schriftelijk aan de ouders bekendgemaakt.
  3. Het bevoegd gezag stelt de inspectie van een schorsing voor een periode langer dan één dag schriftelijk en met opgave van redenen in kennis.

Inleiding

Schorsing van een leerling is een ordemaatregel die we slechts in het uiterste geval en met inachtneming van de nodige zorgvuldigheid nemen. We streven ernaar dat alle leerlingen zich binnen een veilig sociaal klimaat kunnen ontplooien. Wij vinden daarom dat onze leerlingen zich zowel in het schoolgebouw als op het schoolplein moeten gedragen op een manier die daarbij past. Dat houdt in dat alle leerlingen en begeleiders zorgvuldig met elkaar omgaan en dat zij elkaars integriteit respecteren. Iedere vorm van verbaal of fysiek geweld is onacceptabel en zal niet door de school worden getolereerd. Hetzelfde geldt ook voor andere soorten van ongewenst gedrag, zoals dingen van een ander kapot maken, stelen, pesten… en brutaal gedrag tegenover een medewerker.

Gronden voor schorsing

  1. wangedrag van of mishandeling door een leerling wat ernstige verstoring van de rust of veiligheid op school tot gevolg heeft;
  2. een verstoorde relatie tussen school en leerling.

Wanneer een leerling, ondanks meerdere waarschuwingen en inspanningen van betrokkenen, in de fout blijft gaan, wordt hij in eerste instantie (preventief) één dag intern geschorst. De ouders worden hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht. Bij een interne schorsing mag de leerling wel naar school komen maar hij wordt ergens anders geplaatst dan in zijn eigen klas.

Als blijkt dat de interne schorsing niet tot verbetering leidt, zal een externe schorsing worden doorgevoerd. Ook in deze situaties heeft een leerling recht op onderwijs en mag hij niet langer dan een week extern worden geschorst. Als we een leerling langer dan één dag extern moeten schorsen, dan moeten we dat bij de leerplichtambtenaar en de Inspectie van het Onderwijs (met opgave van redenen) melden. Het Internet Schooldossier (ISD) bevat hiervoor een speciale mogelijkheid. In de berichtgeving worden de redenen van de schorsing vermeld, de aanvang, tijdsduur en eventuele andere genomen maatregelen. De school draagt er, bijvoorbeeld door het opgeven van huiswerk, zorg voor dat de leerling voldoende en gepaste leerstof meekrijgt.

De ouders worden, bij een externe schorsing, schriftelijk geïnformeerd over het besluit van de externe schorsing en een specialist van ‘het samenwerkingsverband’ (SWV) wordt (mogelijk) ingeschakeld.

Bezwaar maken tegen schorsing

Als ouder mag u bezwaar maken tegen schorsing van uw kind. Er zijn regels rond het indienen van bezwaar.

Regels indienen bezwaar

  • U moet bezwaar maken binnen twee weken nadat het besluit schriftelijk bekend is gemaakt;
  • U moet het bezwaar schriftelijk indienen bij het bestuur of de schoolleider/MT;
  • U krijgt de kans om uw bezwaar mondeling toe te lichten;
  • U hebt recht op inzage van het dossier van uw kind.

Verwijdering van leerlingen

Verwijdering van leerlingen is aan wettelijke voorschriften gebonden. Bij dit verwijderingsbeleid worden de artikelen 40 en 63 van de Wet Primair Onderwijs (WPO), die hieraan gewijd zijn, in acht genomen. De verantwoordelijkheid om leerlingen aan te nemen, te verwijderen of te schorsen berust bij het bevoegd gezag. Deze taak kan gemandateerd zijn aan de schoolleider of een MT-lid. Het bestuur zal een leerling pas definitief verwijderen als het een school heeft gevonden die bereid is de leerling toe te laten en hierover constructief overleg heeft gevoerd met de ouders.

De redenen voor schorsing

Een leerling kan om verschillende redenen verwijderd worden. Bijvoorbeeld als:

  • de relatie is verstoord tussen school en leerling of ouders van de leerling, er is sprake van voortdurend agressief gedrag;
  • de school een leerling niet de nodige speciale zorg kan bieden (leerling heeft extra ondersteuningsbehoefte).

Leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften

Scholen krijgen de plicht om alle kinderen een passende onderwijsplek te geven. Als het niet kan op de eigen school, dan moet het op een andere school in het samenwerkingsverband. Dit kan een reguliere school zijn, of een school voor (basis)speciaal onderwijs. Deze plicht van scholen heet de ondersteuningsplicht.

Scholen voor speciaal basisonderwijs (SBO)

Met de invoering van het passend onderwijs worden ook reguliere basisscholen (vanaf het schooljaar 2014) verplicht om een ‘OntwikkelingsPersPectief’ (OPP) op te stellen voor leerlingen, die extra ondersteuning krijgen. Leerlingen die steeds weer erg laag scoren op rekenen en begrijpend lezen, ondanks de extra begeleiding die ze krijgen, worden in overleg met hun ouders aangemeld voor een intelligentieonderzoek. Wanneer uit de test blijkt dat de leerling een zorgelijke ontwikkelingsachterstand heeft, wordt het kind ‘teruggetoetst’ om het leerniveau van het kind te bepalen. Op basis daarvan wordt een OPP opgesteld om een leerplan te ontwerpen.

Voor leerlingen met een structurele en naar verwachting permanente achterstand zal het noodzakelijk zijn om, door middel van het opstellen van een OPP, de leerling op zijn niveau te laten werken. Het betreft hier dus een plan van aanpak voor een individuele leerling waarbij zowel concrete tussendoelen als einddoelen zijn geformuleerd. Leerkracht en intern begeleider geven aan op welke wijze zij denken die leerdoelen te kunnen realiseren.

Het opstellen van een OPP en het ontwerpen van een plan van aanpak, kan helaas niet altijd helpen. Vaak zien leerkrachten dat deze leerlingen zich niet gelukkig voelen en het niet het fijn vinden om op een zeer laag niveau te werken ten opzichte van hun klasgenoten. Dit kan een reden zijn om hierover met de leerling en zijn ouders in gesprek te gaan. De ouders krijgen dan van ons het advies om, onder onze begeleiding, een geschikte school voor de leerling te zoeken waar het kind zich prettiger kan voelen. De intern begeleider zal dan bereid zijn om met de ouders en leerling op bezoek te gaan bij scholen voor speciaal basis onderwijs. Een rondleiding en kennismakingsgesprek kunnen veel duidelijk maken. Wanneer de ouders en leerling hiermee instemmen, regelt de intern begeleider (in samenwerking met het ‘samenwerkingsverband’ de overstap van de leerling naar een school voor speciaal basis onderwijs.

Scholen voor speciaal onderwijs (SO)

Het speciaal onderwijs is onderverdeeld in 4 clusters:

  • Cluster 1 is voor leerlingen die blind of slechtziend zijn (landelijk);
  • Cluster 2 is voor leerlingen die doof of slechthorend zijn, of ernstige spraak-taalmoeilijkheden hebben (landelijk);
  • Cluster 3 is het onderwijs voor leerlingen met een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking of een chronische ziekte (regionaal);
  • Cluster 4 is het onderwijs voor leerlingen met gedragsstoornissen, ontwikkelingsstoornissen of een psychiatrisch probleem.

De ouders van leerlingen die vanwege leer- of gedragsproblemen, vanwege lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicaps of door gedragsstoornissen extra zorg op school nodig hebben, worden geadviseerd om mee te werken het kind naar een geschikte school voor speciaal onderwijs te begeleiden. Omdat de ouders van leerlingen met de hierboven genoemde beperkingen en stoornissen deze beperkingen en stoornissen vaak vroeg zelf herkennen, kunnen deze leerlingen al in de kleuterleerjaren naar een school voor speciaal onderwijs (SO) begeleid worden.

Download hier het Schorsings- en verwijderingsbeleid
Download hier het Model schorsingsbrief